Lively Lovely Libretti
Italiaanse libretti van de 17e tot de 19e eeuw.
Afbeelding
Een ‘libretto’ betekent letterlijk ‘klein boekje’. De term is ook bekend geworden als de tekst van vocale werken, zoals opera’s, oratoria, intermezzi en balletten. Vanaf het ontstaan van de opera, het gloednieuwe genre van de vroege 17e eeuw, ontstond tegelijkertijd het gebruik om bij elke reeks uitvoeringen ook de tekst te publiceren en te verkopen aan het geïnteresseerde publiek. In een tijd waarin boventiteling nog niet bestond, en de zaal niet verduisterd was, was dit de manier voor het publiek om het verhaal op de scène te kunnen volgen.
Zo’n tekstboek werd gedrukt op klein formaat en was dus letterlijk een ‘libretto’. Dit was handig om het mee te nemen naar de voorstelling en het lage papierverbruik drukte ook de productiekosten. Voor de meer feestelijke aangelegenheden werden hierop wel uitzonderingen gemaakt.
Aanvankelijk werd enkel de tekst gepubliceerd en was er niet de minste aandacht voor de uitvoerders. Langzamerhand verandert dit en vanaf de 18e eeuw wordt het heel normaal dat de solisten vermeld worden. Welk orkest speelt en welk koor zingt, is een vraag die pas in de latere 19e eeuw beantwoord wordt.
Libretti brengen heel wat aspecten van het operaleven in kaart. Ze laten zien welke verhalen en welke opera’s succesvol waren en gedurende meerdere speelseizoenen uitgevoerd werden. Ze tonen ook aan dat een 17e- of 18e-eeuwse opera vaak aangepast werd: aria’s werden probleemloos geschrapt of toegevoegd werden. Het ‘couperen’ in opera’s - hoe discutabel dit ook mag zijn -, is dus een praktijk met sterke wortels in het Italiaanse muziekleven.
De collectie van de bibliotheek van het Koninklijk Conservatorium Brussel bevat meer dan 6000 historische libretti. De vroegste dateren van begin 17e eeuw, de meest recente dateren uit het midden van de 19e eeuw. Ongeveer de helft ervan zijn libretti van Italiaanse opera’s. De meeste zijn dan ook van producties uit diverse Italiaanse steden, maar het ‘drama per musica’ veroverde nagenoeg heel Europa. Getuigen daarvan zijn de libretti uit Dresden, Lissabon, Parijs tot zelfs in Brussel. In de loop van de 19e eeuw en ongetwijfeld onder invloed van de nationalistische romantiek, werden heel wat Italiaanse opera’s aangepast voor een uitvoering in Parijs. Het libretto werd niet alleen vertaald, maar de opera zelf werd hertaald naar een ‘grand opéra’.
Vanaf de tweede helft van de 20e eeuw wordt het libretto meer en meer vervangen door een ‘programmaboek’. Deze publicatie bevat uiteraard het libretto, vaak ook in vertaling, naast teksten en beeldmateriaal die het concept van de productie toelichten.