De tekst van ‘Nocturne’ is door de rijke sfeerschepping en suggestieve beelden het meest symbolistische van zijn ‘Trois poèmes’. De rust van de nacht wordt opgeroepen aan de hand van de natuur en gekoppeld aan weelderige associaties. Lekeu evoceert in deze tekst een diepe en innerlijke stilte en rust. 

Ook op muzikaal vlak is dit lied het meest symbolistische van de drie. Ook hier horen we een rijke harmonie en veel modulaties, maar een herkenbare vorm en een herkenbaar hoofdthema ontbreken. Het lied is, aansluitend op de prozatekst, doorgecomponeerd. Op één letterlijk citaat na – vergelijk de maten 3 tot 6 met 57 tot 60 -, is er een terugkerend motief, nl. een dalende terts gevolgd door een stijgende sprong. Dit motief komt vaak op het einde van de maat, terwijl op de eerste tel vaak een lange noot in de zangstem klinkt. De rol van de piano is evenwaardig aan de vocale lijn en creëert sfeer en contrapuntische tegenmelodie. 

Aan het begin van het lied noteerde Lekeu: ‘Lent et calme’. Deze karakteromschrijving ontbreekt in de Luikse autograaf. Dit is, na de tekstwijziging bij ‘Sur une tombe’, een tweede aanwijzing dat Baudoux zich hoogstwaarschijnlijk gebaseerd heeft op de Luikse autograaf.  

Lekeu voltooide ‘Nocturne’ op 15 november 1892. Twee dagen later maakte hij een versie voor zangstem en pianokwintet. Dit was op vraag van Antoine Grignard die het werk wou uitvoeren op een concert van de ‘Cerle instrumental’. Onze autograaf bevat enkel de kamermuziekversie. Mogelijk zelfs is deze autograaf gemaakt voor Grignard. 

Ontdek nog meer