Trois poèmes pour chant et piano
‘Sur une tombe’, ‘Rondo’ en ‘Nocturne’
Na het overlijden van César Franck in november 1890, wordt Vincent d’Indy de nieuwe docent van Lekeu. De impact van d’Indy op het oeuvre van de jonge componist kan niet ontkend worden. Hij is het die Lekeu stimuleert om zich in te schrijven voor de Belgische compositiewedstrijd, de Prijs van Rome. En ook de vraag om een kleine liedcyclus te schrijven, komt van zijn nieuwe docent. Het was de bedoeling om de cyclus te programmeren op een concert van de ‘Société nationale de musique’. De creatie vond evenwel in Brussel plaats, in een concert van de ‘Cercle des XX’ op 7 maart 1893. Tijdens datzelfde concert werd ook zijn ‘Sonate voor viool en piano in sol groot’ vertolkt door Eugène Ysaÿe. De pers reageerde vol lof over zowel de interpretatie als de composities. De ‘Guide musical’ was iets kritischer en vond dat Lekeu met meer eenvoud een meer authentiek en innemender resultaat zou bereiken, maar dat hij een artistieke persoonlijkheid was, stond buiten kijf.
In 1894 werden de ‘Trois poèmes’ gepubliceerd door de Parijse uitgever Baudoux. Rond 1909 werd het werk heruitgegeven door Rouart en Lerolle, die het huis Baudoux in 1905 overgenomen hadden.
Dat Lekeu ook de tekst voor zijn liederen geschreven heeft, is ongetwijfeld geïnspireerd op het Wagneriaanse eenheidsconcept: één maker die zowel de poëzie als de muziek schrijft, staat voor een sterke inhoudelijke en persoonlijke samenhang.