De geschiedenis achter deze autografen
Van ontstaan tot herontdekking.
Afbeelding
Van de ‘Trois poèmes’ zijn hier enkel het eerste en het laatste lied in autografische partituur aanwezig. Het tweede lied ontbreekt. Hoogstwaarschijnlijk maakte ‘Rondo’ ook deel uit van het geheel, maar is dit lied in de loop der tijden verloren gegaan.
Dat beide autografen bij elkaar horen, wordt bevestigd door het papier waarop de muziek genoteerd is. Zowel het grote formaat als de papierkwaliteit zijn identiek. Het feit dat enkel het laatste lied gesigneerd is, wijst dat het ooit één geheel moet geweest zijn.
Nergens zijn er sporen van een binding. De bladen werden dus los van elkaar bewaard. Dit maakt het verlies van het tweede lied ook verklaarbaar. Vermoedelijk was het ‘Rondo’ genoteerd op 1 blad, zowel recto als verso. Het is bekend dat losse bladen een eigen leven kunnen leiden. Ook het feit dat ‘Rondo’ niet gesigneerd was en mogelijk ook sterk beschadigd was door de verzuring van het papier, zijn plausibele verklaringen voor het verdwijnen van ‘Rondo’.
Het laatste lied is gedateerd door Lekeu, maar iets lager zijn er nog initialen met een datum genoteerd: ‘M. J. 22.10.99’. De initialen verwijzen ongetwijfeld naar Mathieu Jodin (1878-1960).
Hij speelde een belangrijke rol in het muziekleven van Verviers. Het is dus niet verwonderlijk dat hij geïnteresseerd was in het oeuvre van Guillaume Lekeu. Ook de datum is interessant, want het toont aan dat Jodin al op 21-jarige leeftijd het werk verworven had.
Vermoedelijk bleef het handschrift in handen van Jodin tot zijn overlijden in 1960. Wat er daarna gebeurde, is niet bekend, maar feit is dat ze opdoken in Brussel in 2022. Daar werden ze aangekocht door de muziekverzamelaars P. & M. Van Heddegem-Vanderhaegen. Zij schonken kort daarna de beide partituren aan het Koninklijk Conservatorium Brussel – School of Arts Erasmushogeschool.